|
Brug 22 oktober 2003
Grondeigenaren Haarzuilens
bundelen krachten in Weidelandvereniging
'Onteigening
moet van tafel'
HAARZUILENS -Grondeigenaren en pachters in het
nieuw te vormen recreatiegebied rond Haarzuilens zijn in hoog
tempo bezig hun krachten te bundelen in een eigen belangenorganisatie.
De
formaliteiten zijn grotendeels achter de rug en naar ver wachting
zal de nieuwe Weidelandvereniging eind oktober het levenslicht
zien. Jobn Hoogland en Jan Kooyman -samen met Hans Oostveen de
initiatiefne mers van de nieuwe vereninging maken na drie roerige
voorlichtingsavonden van de landinrichtingscommissie de balans
op. Daarbij ligt de robuuste keukentafel van Hoogland al snel
bezaaid met stapels documen- ten. Onder het dorre papier sluimeren
de emoties. ."
Hoogland: "Wij zijn er niet op uit om het inrichtingsplan
om zeep te helpen. We willen de onteigening van tafel hebben.
Daar heeft iedereen belang bij, ook de plannenmakers zelf. Als
het dreigement van onteigening er af is, dan zullen grondeigenaren
bereid zijn om open de onderhandelingen in te gaan. De mensen
die in dit gebied leven zullen ervaren dat inspraak toch zin
heeft. Zo creëer je draagvlak voor dit plan bij de direct
betrokkenen die hier vaak generaties lang wonen en werken. De
plannenmakers zullen deze mensen nog hard nodig hebben om het
toekomstig recreatiegebied de kwaliteit mee te geven waar de
landinrichtingscommissie de mond zo vol van heeft. Dat besef
is volgens mij nog niet doorgedrongen. Tot nu toe redeneert die
comimissie als volgt: wij zijn verstandig bezig. Als we dan toch
moeten overleggen, dan doen we dat helemaàl , op het eind.
Even door die zure appel heen bijten en dan zijn we er van af."
De commissie verwacht zelf dat tot 97 procent van de benodigde
grond in goed overleg kan worden verworven", aldus Kooyman.
"Waarom dan onteigenen? We heb- ben het hier niet over de
aanleg van de Betuwelijn, wa,arbij een paar vierkante meter beslissend
kan zijn voor de loop van het traject. In een plan voor zo'n
groot gebied moet er toch in goed overleg met direct betrokkenen
uit te komen zijn? Zeker als je ziet dat de commissie zelf nog
met allerlei vage termen als zoeklocaties loopt te strooien.
Er is dus nog volop ruimte voor overleg, maar dan moet men wel
de moeite nemen om te gaan praten met de mensen om wie het gaat.
Dat is tot nu toe niet gebeurd en dat geeft veel ergernis. Ik
hoor het de secretaris van de commissie nog zeggen, als antwoord
op de vraag waarom er geen vooroverleg met de bewoners is geweest:
'we vonden dat niet noodzakelijk'. Dan zeg ik op mijn beurt:
we hebben nog minstens vijftien jaar te gaan voordat dit plan
werkelijkheid wordt. Ik roep de plannenrnakers op om uit hun
ivo- ren toren te komen."
Hoogland: "Wij willen graag met de commissieleden praten
over de ont- eigeningskwestie. In augustus 2000 heeft de voorganger
van deze com- missie zwart op wit gesteld: wij adviseren Gedeputeerde
Staten niet te onteigenen. De commissie heeft gezegd dat zij
voortborduurt op het werk van haar voorganger. Nu halen ze het
spook van de onteigening toch uit de kast. Het is ons bekend
dat niet iedereen in de commissie het daannee eens was. Wij zijn
er van overtuigd dat een aantal com- missieleden zich niet heeft
gerealiseerd wat deze ommezwaai betekent. Dat willen we ze graag
duidelijk maken. Het is uiteindelijk de politiek die over onteigening
beslist. We zullen ons dus ook richten tot de bestuursorganen
en tot de gekozen volksvertegenwoordigers van de provincie Utrecht
en van de gemeenten Utrecht en Woerden, die moeten beslissen
of zij hun bestemmingsplannen willen aanpassen. De tijdgeest
hebben we in elk geval mee. Politici praten tegenwoordig breeduit
over het betrekken van burgers bij beleid. Met kracht van argumenten
zullen we ze laten we- ten dat ook de huidige bewoners van dit
gebied recht hebben op een be- trouwbare overheid."
|
Westra:
gesprek moet wel iets toevoegen |
|
"We zullen nooit op voorhand
zeggen dat we niet willen praten, maar een gesprek moet wel iets
toevoegen", reageert Jan Westra, voorzitter van de landinrichtingscommissie.
"Alleen maar om tafel zitten en niets nieuws te melden hebben,
dat is een vorm van openheid waar niemand veel mee opschiet.
De grondeigenaren hebben hun mening duidelijk naar voren gebracht
en de com- missie is dus goed op de hoogte. De opmerking die
de vorige commissie in 2000 heeft gemaakt verplicht ons nadrukkelijk
te kijken naar uitspraken die in het verleden zijn gedaan en
naar de context daarvan. Bij mijn weten is er echter nooit gezegd
dat er in geen geval onteigend zou mogen worden. Ook ons uitgangspunt
is nog steeds dat we het maximale zullen doen om in goed overleg
grond te verwerven. Na 30 november gaan we met de resultaten
van de inspraak aan de slag om ons te beraden op wat ons te doen
staat. Ik heb volledig begrip voor de problemen waar de betrokken
grondeigenaren mee worstelen, maar we staan als commissie wel
voor de taak om een aantrekkelijk recreatiegebied te ontwerpen
waar op topdagen vijftienduizend mensen terecht kunnen." |
|
|