|
Brug 9-01-2002
Haarse dorpsschool bedreigd
door Utrechtse
stadsnorm
HAARZUILENS - Het voortbestaan
van de Sint Bonifatiusschool hangt aan een zijden draadje. Volgens
de Utrechtse norm zijn er niet voldoende leerlingen om de school
in stand te houden. De ouders van de kinderen zijn onlangs door
het bestuur van de Stichting Rooms-katholieke Basisscholen Vleuten-De
Meern-Haarzuilens geïnformeerd over de wankele toekomst
van hun school.
De situatie is ontstaan na de
samenvoeging met Utrecht. De stad hanteert een hogere opheffingsnorm
dan de voormalige gemeente Vleuten-De Meern. Hierdoor ontbreekt
een getalsmatige onderbouwing voor het in stand houden van de
unieke dorpsschool, die momenteel over drie groepen verdeeld
36 kinderen telt.
Een afvaardiging van de ouders heeft inmiddels de koppen bij
elkaar gestoken om zich te beraden over de initiatieven die kunnen
worden genomen om de schoof te laten voortbestaan. Tot op dit
moment is de school zelfstandig. Een oplossing zou kunnen zijn
de school te benoemen tot nevenvestiging van de Willibrordschool
Vleuten. Dit lijkt op dit moment de enige mogelijkheid om het
onderwijs in het kasteeldorp te continueren.
De eerste benodigde stap hiervoor is dat het bestuur van de Stichting
Rooms-katholieke Basisscholen Vleuten-De Meern-Haarzuilens vóór
l februari de aanvraag tot nevenvestiging indient bij het Ministerie
van Onderwijs. Daarna hebben het schoolbestuur en de ouders nog
enkele maanden de tijd om een plan te maken voor structureel
behoud van de Sint Bonifatiusschool.
De groep ouders die zitting heeft genomen in de commissie 'Behoud
Haarse School' vertrouwt eropdat het schoolbestuur de aanvraag
tot nevenvestiging indient.
Loes Tortike, voorzitter van de Stichting Rooms-katholieke Basisscholen,
kan en wil nog niet reageren op het verzoek van de ouders. "Ik
heb nog geen brief met een dergelijk verzoek ontvangen, maar
weet uiteraard wel wat er gaande is. Ik kan op dit moment alleen
maar zeggen dat wij ons als bestuur zorgvuldig zullen beraden.
Ik verwacht dat wij na onze vergadering op donderdag 17 januari
wat meer over deze kwestie kunnen zeggen." |