Terug naar het menu  

   

Het Parool 20 juli 2000

 

Het kasteel als loden last


Albert de Lange

ZE NOEMT het zonder omwegen een bloody nightmare. Laat vooral niemand denken dat het bezit van een kasteel als De Haar in Haarzuilens gelukkig maakt; het is een loden last waarmee de voorouders je opschepen. Marie-Louise van Dedem, directeur van stichting kasteel De Haar, heeft baron Thierry van Zuylen van Nijevelt van deze last bevrijd. Zij trok aan de touwtjes van een gecompliceerde operatie, die de baron uit de zorgen haalde, het kasteel voor verder verval behoedt en Natuurmonumenten blij maakte met vierhonderd hectare uniek landgoed. Met dank aan de ministeries van Landbouw en van Cultuur heeft Van Dedem weten te voorkomen dat het kasteel een nog grotere ruïne wordt dan het ooit was; De Haar is hard bezig in de slotgracht te kieperen. Ze heeft zonder meer de allure van een slotvrouwen maar dan één die op maandagochtend acht uur behendig in de laarzen stapt om met de tuinlieden op inspectie te gaan. Want er moet, zo geeft ze met wijdse gebaren aan, nog zóveel gebeuren. In het park rondom het honderd jaar oude kasteel heeft het de bos- en vij-verpartijen, bruggen en beelden, paden en perken jarenlang aan aandacht ontbroken, hetgeen zowel ten koste is gegaan van oude glorie en zichtlijnen als van de veiligheid. Haar opdracht, toen ze in 1996 directeur werd: vindt een 'integrale oplossing'. De politicologe, met Azië als specialisme, moest het doen met 'boerenverstand', haar studie bood weinig houvast bij deze complexe missie: zoek financiering voor de restauratie, zorg ervoor dat onderhoud nadien gegarandeerd is en bescherm het landgoed tegen het Vinex-monster Leidsche Rijn. "Je moet langs het ravijn lopen en overleven, want heel veel weet je niet." Ze was de intermediair tussen Nederlandse onhebbelijkheden en de kosmopolitische baron, die in Haarzuilens vooral een mythische figuur is geworden omdat hij er bijna nooit is.
Kasteel De Haar in zijn huidige vorm is het resultaat van een gedurfd huwelijksgeschenk dat Etienne van Zuylen en Helene de Rothschild op hun trouwdag in 1887 aangeboden kregen; een door Victor de Steurs, destijds een hoge cultuurambtenaar, uitgewerkt restauratieplan voor wat restte van een vijf eeuwen oude, tot ruïne verworden burcht. Een droom van de bruidegom, die gerealiseerd kon worden met de enorme rijkdom van de bruid. De Steurs, later drijvende kracht achter monumentenzorg, leverde de architect erbij, P.J.H. Cuypers, en samen trokken ze in twintig jaar een kolos uit de slotvijver, die ook toen al als tamelijk grotesk werd beschouwd. "De hele gevestigde orde haalde er de neus voorop," zegt Van Dedem. "Het is natuurlijk een absolute folly."
CUYPERS, in Amsterdam verantwoordelijk voor Rijksmuseum en Centraal Station, ging zich - en daar zal het welhaast onbeperkte budget niet vreemd aan zijn geweest - te buiten aan extravagante toevoegingen, waardoor een kasteel ontstond van Disney-achtige allure. Dat nooit permanent bewoond is geweest en waarvan men toen al wist dat het wel eens te zwaar zou kunnen zijn voor de ondergrond van deels klei, deels zand.
Dat probleem dient zich nu dwingend aan -de eerste bakstenen hebben zich domino-gewijs in de slotgracht gestort. De baron waarschuwde jaren geleden al voor het voortschrijdend verval, maar dat waren de jaren dat men nog weinig op had met twijfelachtige monumenten of de problemen van het oude geld; iedereen moet zijn eigen pandje maar in stand houden. Dat deed Van Zuylen ook wel, maar dan in Londen en Parijs, waar hij appartementen bewoont die aanzienlijk minder onderhoud vergen. Jaarlijks stak hij een ron of twee in schadebeperking, maar dat w.is inclusief de pacht van veertien kasteelboerderijen en een miljoen gulden aan bezoekersinkomsten lang niet afdoende" om de actuele rekening te vermijden: er is vijftig miljoen nodig om De Haar overeind te houden. Dat geld is er nu, dankzij Marie-Louise van Dedem, Riek van der Ploeg en Natuurmonumenten. In 1996 bracht de baron het kasteel onder in de gelijknamige stichting, die daarmee een schuld had van 43 miljoen gulden aan Van Zuylen. Die schuld wordt nu kwijtgescholden door de baron, die daarmee zijn bezit aan de stichting schenkt.

NATUURMONUMENTEN koopt het landgoed (niet het kasteel, niet het park) van de baron voor vijfenveertig miljoen en doneert daarbovenop veertig miljoen aan de stichting. Natuurmonumenten en de familie Van Zuylen besturen nu de stichting op fifty-fifty-basis. "Dat noem ik nog eens modern ondernemerschap," zegt Van Dedem. "Dit is het eerste museum in Nederland met een eigen vermogen van veertig miljoen." Zij heeft, met enige hulp van derden, de constructie bedacht en partijen bijeen gebracht. "Ik heb de baron en het bestuur kunnen overtuigen, maar dat was niet zo heel moeilijk:
hij heeft er bewust voor gekozen. Het is natuurlijk heel vervelend als je na zes eeuwen de laatste Van Zuylen bent - hij heeft vijf dochters - en dan je bezit naar een projectontwikkelaar moet brengen. Hij is buitengewoon tevreden. Het verlost hem van een enorme last, het is een aangename oplossing die de kwaliteit van het gebied overeind laat en hij hoeft z'n dochters niet te belasten met dit bezit. Vergis je niet, we krijgen op korte termijn honderdduizend nieuwe bewoners als buren in de Leidsche Rijn, dan moet je dat landgoed als buffer houden. Maar een particuliere landeigenaar, met een buitenlands paspoort ook nog, legt geen gewicht in de schaal. Natuurmonumenten, met een miljoen leden, is een heel ander verhaal." De baron blijft eigenaar van de hele inboedel, die in bruikleen is bij de stichting, en behoudt het recht om elk jaar in september drie weken in het kasteel door te brengen. Jaarlijks komt hij met een gezelschap van rond de veertig personen naar De Haar, waar dan een huishouding wordt gevoerd in grote staat, met alle toeters en bellen. Dat is ook meteen de enige keer per jaar dat zijn rol als kasteelheer een romantische kant heeft, wat het huispersoneel overigens erg veel werk geeft. "Maar die drie weken zijn wel voldoende om de ziel in het ge bouw te houden," zegt Van Dedem.
ZE ZAL nog wat plannetjes ontwikkelen om de exploitatie in de toekomst gemakkelijker te maken - heel rijke mensen zouden er bij voorbeeld best kunnen logeren - zodat het een gezond bedrijf wordt in een mooie omgeving. "Ik hoop een beetje dat het kasteel over dertig jaar een nationaal begrip is. Dat we dan zeggen 'Goh, rond de eeuwwisseling stond het nog op instorten'."Haar taak zit er op. "Ik ben nu wel klaar, de opdracht is vervuld. Van Zuylen heeft me gevraagd bij het bestuur betrokken te blijven, maar het is verder niet mijn ambitie hier rond te blijven hangen, omdat ik me afvraag of ik wel geschikt ben voor de volgende fase. De oplossing ligt er nu, ik heb verder ook geen bijzondere passie met De Haar. De parken en de tuinen vind ik mooi, en de badkamers." De laat negentiende-eeuwse inrichting is deels kitsch of imitatie, in elk geval groot, rijk en overdadig. "Niet direct een voorbeeld van goede smaak. De Rothschilds stelden comfort voorop, met het middeleeuwse thema heeft het weinig te maken." Ook maakte men graag indruk in eigen kring, zoals gebruikelijk in die periode. "We hebben een Japanse draagstoel, die nu trouwens is uitgeleend aan het Paleis op de Dam, die gewoon in Parijs is gekocht. De indruk wekken van bereisdheid heeft ze veel geld gekost."

 

HET MOOISTE natuurmonument valt Natuurmonumenten zelf toe; een schitterend buiten in 's Graveland. Van hieruit bestiert de derde groot grondbezitter van Nederland een slordige 83.000 hectare land namens 930.000 Nederlanders, de duurzame voorhoede die zichzelf, het nageslacht en de steltkluut wil beschermen tegen opdringerige infrastructuur. Dat gezelschap vergadert ook zo nu en dan, bij voorkeur in een omgeving die zich landgoed laat noemen. En je kunt directeur Frans Evers, die allang geen oog meer heeft voor de fenomenale tuinkamer en de voorbij huppelende konijnen, niet enthousiaster krijgen, dan wanneer hij mag vertellen over die bijeenkomsten. Nu is hij er de man niet naar om de inhoudelijke inbreng van de leden te roemen - hij is nou eenmaal een groot liefhebber van integrale visies - maar dat duizenden mensen niet één snoeppapiertje achterlaten, maar dan ook niet één, daar kan hij immens tevreden over zijn.En dan praat hij dus niet over milieuactivisten, die je natuurlijk ook in de vereniging aantreft, maar toch vooral over gewone mensen, met oude normen en waarden, met liefde voor het landschap. Vorig jaar kwamen er netto weer zo'n veertigduizend bij. "Post-materialisten. Ze zijn lid van Greenpeace en van ons. En er is een nog veel grotere groep die de zorg voor de natuur wel voelt, maar niet activeert." Met andere woorden: potentieel is Natuurmonumenten groter dan de ANWB. "Als je vindt dat dit land leerbaar moet blijven dan is lid worden de enige mogelijkheid, of nee, de beste mogelijkheid." De vereniging is steenrijk, omdat vrijwel elke aankoop wordt gesubsidieerd door rijk of provincie. De half miljard gulden die Natuurmonumenten heeft belegd, hoeft dan ook niet te worden aangesproken voor de verwerving van landgoed De Haar in Haarzuilens, een operatie die 85 miljoen gulden kost, en op termijn de redding is van zowel het kasteel, het park, het dorp als het landgoed.

Evers: "We willen de natuur dichter bij de stad, waar veel leden wonen. Vaak is dat heel lastig. Projectontwikkelaars zitten ons in de weg. Zij wachten rustig tien jaar op het volgende bestemmingsplan. Was het landgoed van De Haar, tegen een veel hogere prijs, aan een projectontwikkelaar verkocht, dan was het verloren gegaan. Nu kunnen we voorkomen dat er een kermis ontstaat ten behoeve van Leidsche Rijn."

NATUURMONUMENTEN is voor de transactie benaderd door Riek van der Ploeg, de staatssecretaris die zelf 23 miljoen gulden aan de vereniging overmaakt. Voor de rest van het geld heeft Natuurmonumenten fijne afspraken gemaakt met de Postcodeloterij, die jaarlijks toch al zo'n dertig miljoen doneert. "Wij hoeven nergens een potje aan te spreken," zegt Evers. "Maar het blijft spannend of het allemaal gaat lukken. Er zitten nog wel voor twee jaar losse eindjes aan dit verhaal. De grondkamer zal zich moeten uitspreken over de rechten van de pachters, wij willen het biologisch boeren gaan stimuleren, maar willen de boeren dat ook, en hoe moet het landgoed ingepast worden in het groensysteem? Die vragen gaan ons nog wel een tijdje bezighouden."
Het dorp Haarzuilens en de omringende landerijen vormen een vintage natuurmonument: het is een oase van middeleeuwse oorsprong en sfeer. Het brinkdorp gaat schuil achter enorme bomen, de luiken hebben de kasteelkleuren.
Maar: "Elke aankoop, ook al wordt die volledig gesubsidieerd, is een steen om onze nek, want het levert wel exploitatielasten op," verklaart Evers en passant de enorme reserves van de vereniging. Natuurmonumenten streeft ernaar jaarlijks ongeveer 2600 hectare grond te verwerven, ruim drie keer de Amsterdamse binnenstad, in het kader van afspraken over wat heet de 'ecologische hoofdstructuur'. Dat is een min of meer aaneengesloten groengebied door heel Nederland, dat in 2018 klaar moet zijn en bestaat uit natuurvriendelijke landbouw, reservaten en 'natuurontwikkelingsgebieden'. Vijftig procent daarvan neemt Staatsbosbeheer voor haar rekening, een wart de provinciale landschappen en de rest doet Natuurmonumenten.
"Er is niet zoveel te koop," zegt Evers. "Wat aangeboden wordt, komt vooral van oudere leden, die het niet willen verdelen onder de vele kinderen en het bij leven, aan ons overdoen." Zo werd vorig jaar een vierhonderd hectare groot landgoed bij Ossendrecht aangekocht van de bewoners, die er overigens blijven wonen. Met de andere grootgrondbezitters, de Dienst Domeinen en Staatsbosbeheer heeft Natuurmonumenten geen concurrentieverhouding, er bestaan afspraken wie de eerstaangewezen is om te kopen. Lastiger zijn vaak individuele boeren. In 's Graveland bij voorbeeld, het dorp dat voor zestig procent in bezit is van de vereniging, bezit de vereniging een natuurontwikkelingsgebied van 'natte terreinen', waar één boer niet aan wil meewerken. "We leggen nu een dijk aan de rand van zijn akker. Dat brengt enorm veel extra kosten met zich mee, die we hem beter hadden kunnen uitbetalen, dan was hij wel vertrokken. Maar omdat het honderd procent gesubsidieerd wordt, mogen wij niet bieden. En gewenste natuur kun je niet onteigenen, wat wel mogelijk is voor een weg of een stortplaats. Tiengemeten onder Rotterdam ?is in ons bezit, daar hadden de mensen wel weg gewild als het voor een luchthaven was geweest of een stortplaats. Toen ze zeiden 'We gaan toch niet weg voor natuur', dacht ik: jullie kunnen de boom in." Het moet, vindt Evers, maar eens afgelopen zijn met louter investeren in harde economische infrastructuur. "Dat moet steeds gepaard gaan met investeringen in natuur en landschap."
Hier komt de win-win-situatie om de hoek kijken, een manier van denken die in Nederland nog onvoldoende ingang heeft gevonden, meent Evers. Of het nu gaat om de Betuwelijn, de tweede Maasvlakte, de HSL-Oost of Schiphol, al die projecten moeten met 'ecologische investeringen in balans worden gebracht'.

HET GAAT over één land. Een voorbeeld. Het is van groot belang om van de Veluwe weer één groot natuursysteem te maken, daar zijn alle partijen het over eens. Een onderdeel daarvan is dat de Veluwe weer verbonden moet worden met Rijn en IJssel. Dat zou best eens mogelijk kunnen worden door de aanleg van een hogesnelheidslijn, waarvan de regering nu gezegd heeft dat die over bestaand spoor moet. De natuur- en milieuorganisaties zouden best eens kunnen pleiten vóór aanleg van een nieuw spoor, omdat we dan efficiënt kunnen meeliften met een groot infrastructureel project."
Machtig zou hij Natuurmonumenten, met bijna een miljoen leden, niet willen noemen. "Onze invloed komt niet uit het aantal leden, maar moet uit de kracht van argumenten komen. Ik ben 25 jaar topambtenaar geweest, daar heb je macht, daar zeg je: we doen het zo. Maar ik zie wel bij gekozen politici overal in Nederland een steeds grotere gevoeligheid voor onze zaak."