Terug naar het menu  

   

 Utrechts Nieuwsblad van 07-09-2001


Handen af van de Joostenlaan

 

René Cazander

Nog voordat het wordt aangelegd, is het Rijnsche Park, het toekomstige centrale park in Leidsche Rijn, al te klein. Er is bij nader inzien geen plaats voor een nieuwe begraafplaats, de zeven voetbalvelden van PVCV en manege De Voornruiters. De stad zoekt naar een oplossing. Als uitwijkmogelijkheid wordt het gebied rond de Joostenlaan en het Haarpad genoemd, maar deze optie stuit op veel verzet.

De Joostenlaan is het laatste stukje authentiek Vleuten dat naar de filistijnen dreigt te gaan. Voor het behoud van dit mooie gebied willen bewoner Willem Leemans en zijn mede-actievoerders zich hard maken. Het tochtje met ongeveer 25 verantwoordelijken en beleidsmakers in een paardentram langs de bedreigde weilanden eerder deze week was snel geregeld. En nu maar hopen dat alle inspanningen hun vruchten afwerpen.

Het is Leemans en zijn mede-sympathisanten duidelijk ernst met de Joostenlaan en het historische Haarpad. Handen af van het groene gebied aan de westkant van het dorp, waar het nu nog aangenaam toeven is, luidt hun noodkreet. Leemans: “De Joostenlaan is uniek. Het Haarpad, dat Vleuten met het dorp Haarzuilens verbindt, is een oud kerkenpad. Daarnaast zit er veel archeologie in de grond.”

Het landelijke Vleuten is al meer dan genoeg slachtoffer geworden van de Utrechtse bouwdrift, vinden de actievoerders. Het dient nu maar eens afgelopen te zijn. Leemans: “De problemen in Leidsche Rijn moeten ook in het Leidsche-Rijngebied opgelost worden.”

De Joostenlaan wordt in verband gebracht met het Rijnsche Park, dat vooralsnog alleen op papier bestaat. Het toekomstige 300 hectare grote park in Leidsche Rijn blijkt bij nader inzien te klein voor de alle sportverenigingen (onder andere Desto, UVV en PVCV) en voorzieningen, die in eerste instantie wel ingepland stonden.

De grootste knelpunten zijn de Vleutense voetbalvereniging PVCV (zeven velden, tribune, kantine en kleedlokalen) en een nieuwe begraafplaats, inclusief crematorium. Voor hen is de stad op zoek naar een andere locatie. Maar waar vind je even 25 hectare in een gebied waar de grond peperduur is en alles om de woningbouw draait?

Het bureau De Meent heeft de opdracht gekregen vier mogelijkheden door te lichten. Een van de uitwijkmogelijkheden is de Joostenlaan. Dat de stad haar blik in eerste instantie richt op de westkant van Vleuten is verklaarbaar. PVCV is een Vleutense club, dus ligt het voor de hand het nieuwe sportpark ook rond deze kern te situeren.

Belangrijker is misschien nog wel het feit dat Utrecht bij de Joostenlaan al percelen in bezit heeft. Deze zijn destijds aangekocht in combinatie met gronden voor de Haarrijnseplas. Dus waarom zou je als gemeente diep in de portemonnee tasten, als je dicht bij huis en bovendien in eigen bezit al een aardig alternatief hebt?

Naast de Joostenlaan is een stuk grond ten zuiden van de Dorpeldijk (Harmelerwaard), vlakbij de nieuwe wijk Vleuterweide en het gebied waarin de komende jaren zeven tuinders uit het Leidsche Rijn-gebied zich vestigen, een andere optie. De resultaten van het oriënterende onderzoek van De Meent, zoals de gemeente het noemt, worden eind volgende maand verwacht.

De actievoerders, bestaande uit diverse Vleutense bewonersverenigingen, omwonenden en instellingen, voelen zich sterk in hun strijd. Zij vinden immers de provincie aan hun zijde. De vestiging van voetbalvelden en een crematorium aan de Joostenlaan is in strijd met het provinciaal beleid.

Het dagelijks provinciebestuur heeft onlangs (22 mei jongstleden) na jaren van praten en vergaderen besloten het gebied ten westen van Vleuten een ‘openbaar publieke recreatieve functie’ te geven. Deze status is vastgelegd in het Raamplan Groengebied Utrecht-West. Concreet komt het eropneer dat in het gebied alleen plaats is voor fiets- en wandelpaden, bossen en speelweiden. Het moet openbaar toegankelijk zijn.

Er is dus geen plaats voor zeven voetbalvelden met lichtmasten en een begraafplaats, aldus secretaris J. Keestra van de commissie die de provinciale plannen voorbereid heeft. Hij begrijpt niet waar de stad mee bezig is. “Wat Utrecht doet kan echt niet. Het is verspilde moeite.”

Mocht de stad uiteindelijk toch kiezen voor de Joostenlaan, dan ziet Keestra nog veel belemmeringen om dit plan uit te voeren. Utrecht zou in elk geval het bestemmingsplan moeten wijzigen. Dat kan alleen met toestemming van de provincie, de zogeheten verklaring van geen bezwaar. De kans dat die wordt afgegeven, acht Keestra klein. “Ik denk dat Provinciale Staten het plan zullen afschieten.”

Keestra wijst op de dubbele rol van de inmiddels door Utrecht geannexeerde gemeente Vleuten. De voormalige Vleutense wethouder Schuurman maakte deel uit van de commissie die het Raamplan voorbereidde. Deze zelfde Schuurman was het ook die de gronden aan de Joostenlaan aankocht, omdat hij dacht dat ie deze nog wel eens kon gebruiken.

Utrecht heeft begin van dit jaar de kans gehad op het Raamplan te reageren, maar heeft dat niet gedaan, zo meldt secretaris van de Raamplancommissie Keestra.

De opposanten laten het niet bij protest tegen de eventuele aantasting van de Joostenlaan, maar denken ook constructief mee. Ze hebben deze week na afloop van de tocht door het gebied een paar suggesties gedaan, die Utrecht in de besluitvorming zou kunnen meenemen. Een hiervan is de polder Reyerscop aan de andere kant van Rijksweg A12.

Een ander idee van de actievoerders: het gebied ten noorden van de Dorpeldijk tot aan het spoor Utrecht-Woerden.

Assistent wijkmanager van de wijk Vleuten M. Westwijn vindt het in dit stadium nog te vroeg andere locaties te bekijken. “We wachten eerst rustig af wat het onderzoek oplevert. Mocht blijken dat het op die vier locaties niet kan, dan gaan we verder zoeken.”